Houtense hotspots, deel 4: de Spaghettiberg

17 april 2025

Google Maps noemt het ‘de Spaghettiberg’, Wikipedia vermeldt ‘de Buizensymfonie’, en kunstenaar Luciën den Arend doopte zijn werk officieel ‘c.y.f.’, wat dan weer staat voor ‘cross your fingers’.

Wie door noordwest-Houten fietst kan ’m hoe dan ook niet missen, de constructie van zeven grote, stalen buizen op een heuveltje in het Imperspark. Typische landschapskunst uit de jaren negentig: even nondescript als de naburige wijken die ermee worden opgeleukt. Wat die verwarring rond de naam wel toepasselijk maakt.

Nog wat feitjes van Google Maps. De Spaghettiberg is geschikt voor kinderen en wordt hoog gewaardeerd: gemiddeld vierenhalve ster. Op zaterdagavond rond acht uur is het er het drukst. Wat misschien weer samenhangt met het commentaar van ene Kelvin: ‘Goeie plek voor jonko’s.’

Ook dertig jaar geleden, toen het kunstwerk er net stond, trok het al hangjeugd aan. Ik herinner me een zomeravond waarop ik zelf met een groepje vrienden in die buizen klom. We vormden samen een band, hadden met een viersporenbandrecorder een demo opgenomen en gingen nu een foto maken voor de cover. Een tableau op de Spaghettiberg, biertjes in de hand, ondergaande zon: bij voorbaat al iconisch, vonden we zelf.

De band heette Laurasia, naar een continent uit de oertijd, en had meestal vier, soms wel zes of acht leden. In plaats van liedjes met een kop en staart speelden we vooral eindeloze herhalingen van dezelfde akkoordenreeksen, tot we half in trance raakten, als een poldervariant op The Grateful Dead. Vanaf mijn drumkruk keek ik dan verrukt naar de anderen, hoe ze steeds verder voorover hingen, gitaren half verscholen achter pluizige grungekapsels.

De klassieke jarentachtigfilm Stand by Me eindigt met de regels: ‘I never had any friends later on like the ones I had when I was twelve. Jesus, does anyone?’ Twaalf is in mijn geval vijftien, zestien, maar de rest klopt helemaal.

Voor ik bij de band kwam, had ik de hoop om ooit nog vrienden te maken in Houten eigenlijk al opgegeven. Van de meeste tieners in het dorp begreep ik niks: ze reden op scooters, droegen lelijke trainingspakken, luisterden naar happy hardcore. Nota bene op de kerkclub werd ik op een avond aangesproken door een onbekende jongen met lang haar: ‘Hé, ik hoor dat jij op drumles zit…’

Oefenen deden we in een oude melkstal, ergens aan de Houtense Wetering. We hadden op goed geluk bij een boer aangeklopt, die zich verbazend genereus opstelde. Dat we het hok verbouwden tot clubhuis, in de tuin pisten, bleven slapen, feestjes organiseerden: hij vond het allemaal best. Het kwam wel voor dat ik ’s morgens vroeg geen zin had in school en vast naar de stal fietste, waar dan al meerdere maten aan de koffie zaten.

Met die krakkemikkige demo is nooit meer iets gebeurd. Maar de bandfoto op de Spaghettiberg zat nog jarenlang in m’n portemonnee, ook nadat ik ging studeren en de vriendschappen verwaterden. Als ik nu nog een enkele keer door Houten fiets en die buizen tussen de bomen ontwaar, zie ik ons er vanzelf weer aanhangen. Vierenhalve ster, absoluut.