Hier lees je het laatste nieuws rond mijn album Vliegtuigsporen boven Houten, dat op 12 september 2025 is verschenen. Scroll omlaag voor eerdere berichten, abonneer je voor updates. (Foto’s Houten: Tjitske de Bruin.)
Erg blij met deze recensie van Menno Pot in De Volkskrant!
‘Je hóórt dat hij zichzelf als muzikant eindelijk weer eens van de riem heeft gelaten: liedjes, beats, synthesizers en woorden sprankelen je tegemoet. De Gier heeft Houten deze winter iets mooier gemaakt.’
Waarom zou je in hemelsnaam jarenlang zwoegen op een roman? Ondanks gegarandeerde frustratie en weinig slagingskans schijnen zo’n honderdduizend Nederlanders het te proberen.
Ik spreek uit ervaring: aan mijn recente album ging een mislukte roman vooraf, waar ik nogal wat tijd in stopte. Over dit onderwerp schreef ik een essay dat dit weekend te lezen is in Tijdgeest, het magazine van dagblad Trouw. Ik verwijs onder meer naar inzichten die ik tegenkwam van Stephen King, Gerard Reve en Nick Cave.
Ik ben de laatste weken geïnterviewd over mijn album door het AD Utrechts Nieuwsblad, Nederlands Dagblad, 3VOOR12 Utrecht en Houtens Nieuws. Hier zijn de stukken te lezen.
Voor de aanstaande theatershow in Utrecht, op zaterdag 1 november in Het Wilde Westen, met voorprogramma van Pim van de Werken, zijn hier nog kaartjes verkrijgbaar.
Mijn album Vliegtuigsporen boven Houten is nu te beluisteren via Spotify en andere streamers, en verkrijgbaar op cd. Ook de begeleidende verhalenbundel is nu te koop (hiero).
Luister hier op Spotify:
Voor de première van mijn theatershow, vanavond in Houten, zijn misschien nog wat laatste kaarten verkrijgbaar. Zo niet, dan kun je op 1 november terecht in Utrecht. Hier meer info.
Zojuist een paar honderd boekjes met de hand genummerd. Vliegtuigsporen boven Houten (notities) verschijnt als bijlage bij het gelijknamige album en bevat verhalen, essays, songteksten en foto’s. De vormgeving verwijst naar de vele notitieboekjes die ik volschreef in de ontwikkelingsfase van dit project.
Ik zal het boekje (84 pagina’s) exclusief verkopen tijdens liveshows en via mijn site. Officieel pas vanaf 12 september, maar als je hier vast bestelt, ontvang je ‘m al wat eerder.
En over die liveshows gesproken, er zijn nu twee avonden bevestigd: 12 september in Houten en 1 november in Utrecht. Waarschijnlijk blijft het daarbij voor 2025, dus hopelijk zie ik je in een van de theaters! Zie hier meer informatie over locaties en kaartverkoop.
Nu op Spotify (en andere streamers): de nieuwe single ‘Nieuw Jeruzalem’. Nee, geen protestsong over het Midden-Oosten (daar waag ik me niet aan), wel enigszins politiek getint. Een liedje voor nu, over moderne zorgen en utopische verlangens. Mét stuwende synthbasgroove, die de melancholie hopelijk wat compenseert. Luister hier:
Bekijk nu de clip van De eeuwige wederkeer, de eerste single van het aanstaande album!
De clip is geregisseerd door Wouter Gispen, en de jonge versie van mijn personage wordt gespeeld door Faas den Boef.
De single is nu ook te beluisteren op Spotify, waar ie maar liefst een halve minuut langer duurt – mét klapjes!
En die nogal bombastische titel? Een verwijzing naar een gedachtenexperiment van Nietzsche: stel dat je keer op keer hetzelfde leven zou moeten leiden. Hoe zou je daarmee omgaan? Een soort Groundhog Day avant la lettre dus. Ik vond de grootse titel in combinatie met het niet zo grootse Houten wel een komisch contrast opleveren.
Google Maps noemt het ‘de Spaghettiberg’, Wikipedia vermeldt ‘de Buizensymfonie’, en kunstenaar Luciën den Arend doopte zijn werk officieel ‘c.y.f.’, wat dan weer staat voor ‘cross your fingers’.
Wie door noordwest-Houten fietst kan ’m hoe dan ook niet missen, de constructie van zeven grote, stalen buizen op een heuveltje in het Imperspark. Typische landschapskunst uit de jaren negentig: even nondescript als de naburige wijken die ermee worden opgeleukt. Wat die verwarring rond de naam wel toepasselijk maakt.
Nog wat feitjes van Google Maps. De Spaghettiberg is geschikt voor kinderen en wordt hoog gewaardeerd: gemiddeld vierenhalve ster. Op zaterdagavond rond acht uur is het er het drukst. Wat misschien weer samenhangt met het commentaar van ene Kelvin: ‘Goeie plek voor jonko’s.’
Ook dertig jaar geleden, toen het kunstwerk er net stond, trok het al hangjeugd aan. Ik herinner me een zomeravond waarop ik zelf met een groepje vrienden in die buizen klom. We vormden samen een band, hadden met een viersporenbandrecorder een demo opgenomen en gingen nu een foto maken voor de cover. Een tableau op de Spaghettiberg, biertjes in de hand, ondergaande zon: bij voorbaat al iconisch, vonden we zelf.
De band heette Laurasia, naar een continent uit de oertijd, en had meestal vier, soms wel zes of acht leden. In plaats van liedjes met een kop en staart speelden we vooral eindeloze herhalingen van dezelfde akkoordenreeksen, tot we half in trance raakten, als een poldervariant op The Grateful Dead. Vanaf mijn drumkruk keek ik dan verrukt naar de anderen, hoe ze steeds verder voorover hingen, gitaren half verscholen achter pluizige grungekapsels.
De klassieke jarentachtigfilm Stand by Me eindigt met de regels: ‘I never had any friends later on like the ones I had when I was twelve. Jesus, does anyone?’ Twaalf is in mijn geval vijftien, zestien, maar de rest klopt helemaal.
Voor ik bij de band kwam, had ik de hoop om ooit nog vrienden te maken in Houten eigenlijk al opgegeven. Van de meeste tieners in het dorp begreep ik niks: ze reden op scooters, droegen lelijke trainingspakken, luisterden naar happy hardcore. Nota bene op de kerkclub werd ik op een avond aangesproken door een onbekende jongen met lang haar: ‘Hé, ik hoor dat jij op drumles zit…’
Oefenen deden we in een oude melkstal, ergens aan de Houtense Wetering. We hadden op goed geluk bij een boer aangeklopt, die zich verbazend genereus opstelde. Dat we het hok verbouwden tot clubhuis, in de tuin pisten, bleven slapen, feestjes organiseerden: hij vond het allemaal best. Het kwam wel voor dat ik ’s morgens vroeg geen zin had in school en vast naar de stal fietste, waar dan al meerdere maten aan de koffie zaten.
Met die krakkemikkige demo is nooit meer iets gebeurd. Maar de bandfoto op de Spaghettiberg zat nog jarenlang in m’n portemonnee, ook nadat ik ging studeren en de vriendschappen verwaterden. Als ik nu nog een enkele keer door Houten fiets en die buizen tussen de bomen ontwaar, zie ik ons er vanzelf weer aanhangen. Vierenhalve ster, absoluut.
Houten is (of was) het dorp van schrijver Rutger Bregman, uitvinder Chriet Titulaer en CDA-politicus Mirjam Sterk. Er wonen bovengemiddeld veel hoogopgeleide en maatschappelijk geëngageerde mensen. Geen wonder dus dat Houten al ecologisch verantwoord was voordat het hip werd. De eindeloze kluwen fietspaden in het dorp is legendarisch. Probeer met de auto maar eens binnendoor van de ene naar de andere kant te rijden – lukt niet.
Toen ik zestien was, had ik een ongeluk op zo’n fietspad (niet exact op de plek van de foto, maar het scheelt niet veel). Ik had een vriend bezocht en een paar biertjes gedronken. Op de fiets naar huis, rond middernacht, zwiepte ik vrolijk heen en weer met mijn benen – of dat vermoed ik, er kwam iets tussen mijn spaken, waarschijnlijk mijn eigen voet. Languit op het asfalt voelde ik meteen dat het mis was. Bloed en stukken kies in m’n mond. In het maanlicht zocht ik nog een poos naar mijn bril en sleepte toen kermend mijn verbogen fiets mee naar huis.
Mijn kaak bleek op drie plekken gebroken, er moesten schroeven en metalen plaatjes in. ‘Denk maar even aan Pamela Anderson,’ zei de chirurg toen ik onder narcose ging. Met ijzerdraad werden mijn tanden strak op elkaar geklemd. Twee maanden lang at ik voornamelijk Cup-a-Soup en frambozenvla door een rietje. Aan de telefoon maakten mijn vrienden steevast dezelfde grap: ‘Wat zeg je nou man? Ik versta er geen reet van.’
Tijdens een feestje merkte de knappe vriendin van een vriend op dat het niet erg handig was voor mijn liefdesleven, zo’n dichtgesnoerd gebit. ‘Als je mond weer open kan, zal ik een keer met je zoenen, goed?’
Een maand of wat later, toen we uitgingen in Utrecht, voegde ze zomaar de daad bij het woord. We zaten aan de bar in de Ekko, haar vriend liep ook ergens rond, ik was aldoor bang voor een tik op m’n schouder. Maar het maakte die smak op het fietspad bijna de moeite waard.