Terwijl de tv fanfares en koekhappers spuwde en ik assisteerde bij de bouw van een Lego-kasteel, vond ik vanmorgen toch nog tijd de Volkskrant te lezen. Boeiend stuk over ‘Uitgeven 3.0’, naar aanleiding van ene James Worthy, die debuteert met ‘een tachtig procent autobiografisch boek met veel seks’. De marketingcampagne baart opzien: een mixtape in samenwerking met label TopNotch, Facebook- en Twitter-stunts, een poging het Guinness-recordboek te halen, uitbundige feestjes. Oscar van Gelderen van uitgeverij Lebowski: ‘Ik zie dit als een politieke campagne. Spinning. Ik bouw de buzz om zo’n Worthy heen.’
Van Gelderen ontdekte Worthy op internet: ‘Dit is wat, zei een medewerker. Dat vond ik ook. Hij heeft vijfduizend volgers op Twitter en laat op internet overal zijn sporen achter. Toen was de vraag: heeft hij een lange adem? Is het een romancier?’ Jazeker, want: ‘James leeft voor het schrijven. En vrouwen vinden hem erg grappig.’
Concurrent Wouter van Oorschot heeft weinig op met dergelijk gehype: ‘Ik geloof dat ik daar principieel op tegen ben. Het is sensatiemakerij. Je creëert doelbewust een sfeer rond de persoon van de schrijver om de mensen tot aankoop van zijn boek te forceren. Het opkloppen met andere dan literaire middelen is het maken van wind. (…) Wie voldoende lang goede boeken maakt, wordt vanzelf een merk, dat veel dieper wortelt.’
Allereerst natuurlijk: boek met soundtrack, baanbrekend hoor. Pff…
Van Oorschot klinkt misschien als een nummer van Dire Straits in een hippe club, maar hij heeft een punt. Misschien heeft James Worthy een goed boek geschreven, maar laat de hype dan dáárover gaan. Auteurs als Grunberg en Dave Eggers zorgden eerder voor een frisse wind in het boekenvak, maar hun stunts raakten altijd de inhoud van hun werk. Dit roept eerder associaties op met de energieverkoper die elke week voor mijn deur staat. Of in de woorden van Van Oorschot: ‘Laat mij het vriendelijk zeggen: ik wil geen pooier zijn. Daar heeft de binnenstad al genoeg van.’